| |
De
huidige economische crisis valt wat
betreft heftigheid niet te vergelijken met
de crisis na de beurskrach van 1929.
Er zijn overeenkomsten - bedrijven gaan failliet,
mensen raken werkeloos en verliezen hun huis
- maar de mate waarin dit in de jaren 30 gebeurde
was vele malen omvangrijker. In de Verenigde
Staten van Amerika leefde begin jaren 30 eenderde
van de bevolking in armoede. Men bleef evenwel
niet bij de pakken neerzitten. President Franklin
D. Roosevelt ontwikkelde in 1932 met de New
Deal stimuleringsplannen voor de economie.
Ook in Nederland werd door de overheid werk
gecreëerd; de aanleg van het Amsterdamse
Bos, de Afsluitdijk en de Noordoostpolder
vond in die jaren plaats. Tegelijkertijd was
er sprake van een wereldwijde politieke onrust
toen in Italië, Spanje en Japan het fascisme
in opmars raakte en in Duitsland in 1933 de
nationaal-socialisten aan de macht kwamen.
Opmerkelijk genoeg is de muziek in
deze politieke en economische constellatie
vrolijk van aard.
De misère wordt niet of nauwelijks
bezongen. Een al dan niet oprecht gevoeld
optimisme en het negeren van de werkelijkheid
zijn verklaringen hiervoor. Er ontstaat een
nieuwsgierigheid naar het onbekende en het
exotische. De interesse voor Zuid-Amerikaanse
en Hawaiiaanse muziek is hiervan een voorbeeld.
Theaters en danszalen beleven gouden tijden
omdat vertier, plezier en betovering worden
gezocht. De ene dansrage volgt de andere op
en de populaire muziek krijgt te maken met
het fenomeen swing.
In de voorstelling
Betoverende Jaren 30 verloochent de groep
Frommermann zijn afkomst niet.
De Comedian Harmonists komen aan bod; met
hun levenslustige muziek zijn zij een goed
voorbeeld van het heersende culturele klimaat.
Russische en Spaanse schoonheden worden bezongen
in ‘Wenn die Sonja russisch tanzt’
en ‘Mein lieber Schatz, bist du aus
Spanien?’. Toen de groep in 1935 gedwongen
werd zichzelf op te heffen, gingen de joodse
leden door als de Comedy Harmonists en de
niet-joodse leden als het Meistersextett.
Van deze laatste groep zingen wij: ‘Oh,
ich glaub', ich hab' mich verliebt’.
 |
|
Van
het Amsterdamse duo Johnny
en Jones - two kids and a guitar –
hernemen wij ‘Lou de ladenlichter’
en ‘The flatter the plate/hoe
platter het bord’. Louis Davids
rept in ‘Doe het electrisch’
van de verworvenheden dankzij de nieuwe
energiebron. De liedjes ‘O zon,
o zon, o zonnetje’ van Johnny
Steggerda en ‘Het blondje van
het snelbuffet’ van Jack Bess
bezingen alledaags geluk.
In Frankrijk begint
Charles Trenet aan zijn carrière,
van hem is het onstuimige ‘Boum’.
Het Italiaanse lied ‘Tornerai’
van Dino Olivieri wordt later als ‘J'attendrai’
geliefd bij zowel Franse als Duitse
soldaten. De Braziliaan Ary Barroso
schrijft nummers die zouden uitgroeien
tot tophits: ‘Na baixa do sapateiro’
(‘Bahía’) en vooral
‘Aquarela do Brasil (‘Brazil’)
zijn wereldwijd bekend. |
| |
Het leeuwedeel van het repertoire
is afkomstig uit de VS waar de crisis
in de jaren 30 het hardst toesloeg. De malaise
werd in dit land gepareerd met een enorme
energie, ook op artistiek gebied. De klassieker
‘Top hat, white tie and tails’
van Irving Berlin, bekend in de uitvoering
van Fred Astaire, staat op het programma,
evenals liedjes als ‘Sixty seconds got
together’, ‘St. Louis blues’
en ‘My little grass shack in Kealakekua,
Hawaii’ waarin de humuhumunukunukuâpua'a
voorbijzwemt waarvan de naam langer is dan
de vis zelf, zo luidt het grapje. Het lied
‘Brother, can you spare a dime?’
is een van de weinige songs die de bittere
realiteit als thema heeft; degene die vocht
voor het vaderland in de Eerste Wereldoorlog,
moet nu leven van de bedeling en in de rij
staan voor brood. Het werd de protestsong
van de vroege jaren 30. De
voorstelling Betoverende Jaren 30 waarin de
dagelijkse beslommeringen even aan de kant
zijn geschoven, besluit met het doldwaze nummer
'The love bug will bite you (if you don't
watch out).
Regie: Peter Blok
|
|