| |
In
De Stilte aan Stukken brengt Frommermann een
hommage aan het befaamde Duitse ensemble de
Comedian Harmonists en aan zijn oprichter
Harry Frommermann. Geïnspireerd
door de muziek van de in de jaren 20 populaire
Amerikaanse groep de Revellers vatte Harry
Frommermann het plan op een soortgelijk Duits
vocaal ensemble te vormen. In een krant in
Berlijn plaatste hij eind december 1927 een
advertentie: 'Tenor, Bas, Bariton (Berufssänger,
nicht über fünfundzwanzig), sehr
musikalisch, schönklingenden Stimmen,
für einzig dastehendes Ensemble unter
Angabe der täglich verfügbaren Zeit
gesucht'. Tientallen werkloze arbeiders zonder
enige kwalificatie meldden zich voor de auditie
in Frommermann’s appartement, de bas
Robert Biberti werd als enige aangenomen.
Frommermann en Biberti deelden een passie
voor de Revellers en samen bepaalden zij de
uiteindelijke samenstelling van het ensemble
dat de Comedian Harmonists ging heten: Ari
Leschnikoff en Erich Collin, tenor, Roman
Cycowski, bariton, Robert Biberti, bas en
Erwin Bootz, piano. Voor zichzelf schreef
Frommermann partijen als Buffo-tenor en instrumenten-imitator.
De groep, vijf zangers en een pianist, was
tijdens zijn bestaan (1928-1935) een sensatie
en werd beroemd door de grote verscheidenheid
aan vocale stijlen en het gevoel voor humor
waarmee ze close harmony ten gehore brachten.
Het repertoire bestond uit bewerkingen van
klassieke muziek, volksliedjes en toenmalige
hits.
Veel arrangementen had Harry Frommermann al
op voorhand geschreven. Erwin Bootz, opgeleid
als klassiek pianist, bracht structuur en
lijn aan in de bewerkingen van Frommermann
en arrangeerde zelf ook voor de Comedian Harmonists.
De groep stelde zichzelf hoge eisen wat betreft
ritmische precisie, klankvorming en trefzekerheid.
Repetities duurden uren en uren en pas na
maanden oefenen, veelal 's nachts vanwege
de dagelijkse werkzaamheden, werd het verlangde
resultaat bereikt. De Comedians werden in
een operette als entr'acte aangenomen, maar
stalen de show. Platencontracten, concerten,
radio-optredens en engagementen in allerhande
variété-programma's volgden.
Waar ze kwamen waren de zalen uitverkocht
en hun grammofoonplaten waren grote hits.
Na Duitsland veroverden ze Europa.
Het eerste internationale concert dat zij
gaven was in Amsterdam in november 1930 in
'La Gaieté', toentertijd een nachtclub
in het Tuschinski theater.
Na de benoeming van Hitler tot rijkskanselier
in 1933, werd de tegenwerking van de Comedian
Harmonists door de Duitse regering merkbaar.
Drie van de zangers waren joods. In 1934 vaardigde
minister van volksvoorlichting en propaganda
Goebbels de verordening uit dat lidmaatschap
van de Kulturkammer verplicht was voor artiesten.
Het werd niet toegestaan werk van joodse componisten/tekstschrijvers
uit te voeren. Vervolgens werden optredens
van joodse artiesten verboden en dat was de
reden waarom de Comedian Harmonists vrijwel
uitsluitend nog in het buitenland optraden.
Er vond in Berlijn op 13 februari 1935 een
studiosessie plaats waarbij 'Morgen muss ich
fort von hier' werd opgenomen, nog geen tien
dagen later, op 22 februari viel de groep
vanwege het verbod uit elkaar.
De drie joodse leden weken uit naar het buitenland
en vormden de Comedy Harmonists. Er werden
succesvolle tournees gemaakt door Australië
en Zuid- en Noord-Amerika, maar de groep werd
ontbonden in de Verenigde Staten in 1941 wegens
afnemende belangstelling. De drie overige
leden vormden het Meistersextett. Deze groep
was voornamelijk buiten Duitsland actief en
werd eveneens in 1941 opgeheven, van hogerhand
omdat ze "niet geschikt werd bevonden
om de weerbaarheid van het Duitse volk te
ondersteunen”. De beide opvolgersgroepen
waren succesvol, maar slaagden er niet in
de enorme populariteit van de Comedian Harmonists
te evenaren. Harry
Frommermann bleef aanvankelijk in de Verenigde
Staten wonen en veranderde zijn naam in Harry
Frohman vanwege de heersende anti-Duitse sentimenten.
Hij was werkzaam als tolk bij de Nürnberger
processen, als radioman voor het Amerikaanse
leger in Berlijn (RIAS) en bij de Italiaanse
RAI, als makelaar in Zwitserland, als verkoper
van inbouwkeukens in de VS, als taxichauffeur,
als sjouwer in de havens van New York en als
loonslaaf achter de lopende band. Nog enkele
malen probeerde hij een nieuw ensemble op
te richten (in de VS en in Italië), maar
deze pogingen waren zonder succes. Hij overleed
op 29 oktober 1975 in Bremen waar hij nog
enkele jaren had geleefd van de rechten van
de oorspronkelijke Comedian Harmonists.
‘Veronika, der Lenz ist
da’ en ‘Mein kleiner grüner
Kaktus’ behoren tot de meest bekende
nummers van de Comedian Harmonists en maken
deel uit van de voorstelling De Stilte aan
Stukken. Deze liedjes zijn exemplarisch voor
de humor van de Comedian Harmonists. ‘Eine
kleine Frühlingsweise’ is een bewerking
van Antonín Dvoráks ‘Humoresque’.
Een voorbeeld van de virtuositeit waartoe
de Comedian Harmonists in staat waren is ‘Der
Barbier von Sevilla’ (de ouverture uit
de gelijknamige opera van Gioacchino Rossini).
‘Ali Baba’ is een rumba beguine
met een Franse tekst, ‘Wenn die Sonja
russisch tanzt’ een Russische pastiche.
‘Mein lieber Schatz, bist du aus Spanien?’
is gecomponeerd op een tekst van Fritz Rotter,
tevens verantwoordelijk voor ‘Veronika,
der Lenz ist da’ (“die ganze Welt
ist wie verhext, Veronika, der Spargel wächst”)
en ‘Der Onkel Bumba aus Kalumba’,
een hertaling van ‘When Yuba plays the
rumba on the tuba’ van de eerder genoemde
Revellers. Actrice en zangeres Marlene Dietrich
veroorzaakte in de film ‘Der blaue Engel’
opschudding met ‘Wir sind von Kopf bis
Fuss auf Liebe eingestellt’, de bewerking
door de Comedian Harmonists is geheel in stijl.
‘Wochenend und Sonnenschein’ (‘Happy
days are here again’) werd in de crisisjaren
gezongen om de moed erin te houden. ‘Stormy
Weather’ is de jammerklacht om een verloren
liefde van Cole Porter. ‘Guter Mond’
kennen we als ‘Margrietje’ (“ach
Margrietje, de rozen zullen bloeien”)
waarmee Louis Neefs een hit scoorde in de
70’er jaren. Twee prachtige Comedian
Harmonists nummers dienen als rustmomenten
in De Stilte aan Stukken: ‘In einem
kühlen Grunde’ en ‘Morgen
muss ich fort von hier’, beiden in een
bewerking van Harry Frommermann.
|
|