agenda FROMMERMANN FrommerFranz voorstelling biografie FROMMERMANN
foto's FROMMERMANN video FROMMERMANN audio FROMMERMANN pers FROMMERMANN contact FROMMERMANN
archief FROMMERMANN Classified programma, seizoen 12-13 FrommerVriend
frommermann frommermann
al geweest in theaters
repertoire FROMMERMANN
 
 
Frommermann heeft binnen 5 jaar een repertoire opgebouwd van meer dan 70 nummers in 6 talen.
Vele van deze liederen zijn speciaal voor Frommermann gearrangeerd door uitmuntende Nederlandse componisten en arrangeurs.


 
 
Nederlands repertoire    ::    Amerikaans repertoire    ::    Comedian Harmonists    ::    Duits klassiek

Frans repertoire    ::      Braziliaans repertoire    ::      Italiaans repertoire
 
 



Nederlands repertoire

Aan de Amsterdams grachten

Bel Ami

Bel me even op (7.7.7.7.7.)
Doe het electrisch
Cabaretier en revueartiest Louis Davids (1883-1939) staat bekend als een van de grootste namen van de Nederlandse kleinkunst. Toen hij acht jaar was trad hij op als 'miniatuurkomiek' met broer Hakkie op piano, later met zus Rika en weer later met zus Henriëtte (Heintje). In 1922 vormde hij met de Engelse Margie Morris het duo 'He, She and the piano'. Het komische repertoire werd uitgebreid met het meer beschaafd geachte levenslied. Eind jaren 20 koopt Davids van aankomend liedjesschrijver Jacques van Tol een nummer en sindsdien betrekt Davids vrijwel al zijn conference- en liedteksten van hem. De samenwerking bloeide gedurende Davids' Kurhaus-Cabaretperiode in Scheveningen (1931-1938), waar hij directeur was. In de door hem samengestelde programma's gaf hij jong talent zoals Johnny and Jones, Wim Kan en Wim Sonneveld een podium. De carrière van Louis Davids duurde bijna vijftig jaar en leidde hem van kroeg en kermis naar Carré en Kurhaus.

Jacques van Tol (1897-1969) was een van de grootste tekst- en liedjesschrijvers die ons land heeft gekend. Hij schreef voor Louis Davids, Snip & Snap, Lou Bandy en Fien de La Mar. Na de oorlog bleef hij ondanks zijn besmette reputatie wegens samenwerking met de NSB, onder pseudoniem, een veelgevraagd tekstschrijver. Zijn liedjes werden gezongen door Wim Sonneveld, Ria Valk, Eddy Christiani en zijn sketches gespeeld door de Mounties, Johnny & Rijk en André van Duin.

In 1920 waren bijna alle woningen in Amsterdam op gas en elektriciteit aangesloten. De Gemeente Gasfabrieken propageerde naast gasverlichting het gebruik van gas voor koken en verwarming. De Gemeente Electriciteitswerken liet zich niet onbetuigd. Beide energiebedrijven zochten naar nieuwe toepassingen, met name op het gebied van huishoudelijk gebruik. Er woedde een felle concurentiestrijd: DOE HET ELECTRISCH versus DOE HET MET GAS. Voor beide energiebedrijven heeft Davids op tekst van Van Tol reclame gemaakt. Doe het electrisch werd in 1931 geschreven in opdracht van de 'Utrechtsche Provinciale Electriciteitsmaatschappij'.
Godenzonen
Het blondje van het snelbuffet/Vette jus
Op 1 september 1926 debuteerden de Ramblers in het Tuschinskicabaret La Gaîté. Onder leiding van Theo Uden Masman (1901-1965) werden de Ramblers het bekendste dansorkest dat Nederland heeft gekend. Masman hield nauwkeurig nieuwe muzikale ontwikkelingen in het oog en voerde die vaak met succes in zijn orkest door. Op 7 augustus 1933 traden de Ramblers voor het eerst op bij de Vereeniging van Arbeiders en Radioamateurs (VARA), Het werd een langdurige verbintenis - zij het nimmer in dienstverband - waarin het orkest naar schatting 2000 radiouitzendingen verzorgde. Het orkest maakte vele tournees door Europa en begeleidde artiesten als Coleman Hawkins, Benny Carter en de Boswell Sisters, ook bij plaatopnamen, waarvan er in totaal zeker 500 zijn gemaakt. Na het toetreden tot het orkest van Jack Bulterman (1909-1977) in 1935 kreeg het Nederlandse repertoire een kans, hetgeen de populairiteit van de Ramblers zeer bevorderde.

Het blondje van het snelbuffet werd geschreven en gezongen door conferencier en liedjeszanger August de Laat die in het zuiden van ons land bekendheid genoot. In de woorden van Bulterman: "De platen van August de Laat behoorden tot het economisch goede repertoire; er hoefde geen geld bij".
Vette jus werd door Wim T. Schippers in "één ruk geschreven aan een tafeltje in Américain met een half oog op de menukaart". Het zou het lijflied worden van Sjef van Oekel uit de gelijknamige televisieshows uit de jaren 70. Hilversum Express is een stuk voor electrische sologitaar en begeleiding uit 1943 van gitarist Jan Mol.
Hilversum Express
Op 1 september 1926 debuteerden de Ramblers in het Tuschinskicabaret La Gaîté. Onder leiding van Theo Uden Masman (1901-1965) werden de Ramblers het bekendste dansorkest dat Nederland heeft gekend. Masman hield nauwkeurig nieuwe muzikale ontwikkelingen in het oog en voerde die vaak met succes in zijn orkest door. Op 7 augustus 1933 traden de Ramblers voor het eerst op bij de Vereeniging van Arbeiders en Radioamateurs (VARA), Het werd een langdurige verbintenis - zij het nimmer in dienstverband - waarin het orkest naar schatting 2000 radiouitzendingen verzorgde. Het orkest maakte vele tournees door Europa en begeleidde artiesten als Coleman Hawkins, Benny Carter en de Boswell Sisters, ook bij plaatopnamen, waarvan er in totaal zeker 500 zijn gemaakt. Na het toetreden tot het orkest van Jack Bulterman (1909-1977) in 1935 kreeg het Nederlandse repertoire een kans, hetgeen de populairiteit van de Ramblers zeer bevorderde.

Het blondje van het snelbuffet werd geschreven en gezongen door conferencier en liedjeszanger August de Laat die in het zuiden van ons land bekendheid genoot. In de woorden van Bulterman: "De platen van August de Laat behoorden tot het economisch goede repertoire; er hoefde geen geld bij".
Vette jus werd door Wim T. Schippers in "één ruk geschreven aan een tafeltje in Américain met een half oog op de menukaart". Het zou het lijflied worden van Sjef van Oekel uit de gelijknamige televisieshows uit de jaren 70.
Hilversum Express is een stuk voor electrische sologitaar en begeleiding uit 1943 van gitarist Jan Mol.

Hollands Glorie

Liefde in rhythme
Een liedje van het Miller kwartet onder leiding van Ab de Molenaar uit de jaren 40. De Millers was in de oorlogsjaren een uitermate populair swing combo. Veel success had de groep met het van een Nederlandse tekst voorzien van illegale Amerikaanse liedjes. Een gedeelte van het publiek had thuis 'een (verstopte) radio in de muur' en was op de hoogte van de nieuwste swing muziek uit de VS.
Lou de Ladenlichter
Het Amsterdamse duo Johnny and Jones werd gevormd door Nol van Wesel (gitaar en zang) en Max Kannewasser (zang). Gebaseerd op de Amerikaanse Mills Brothers, 'four boys and a guitar', afficheerden zij zich als 'two kids and a guitar'. Hun eerste samenwerking begon in 1934. Beiden waren werkzaam bij de Bijenkorf en luisterden de personeelsfeestjes op. Vanaf 1936 vormden ze een duo en in dat jaar volgde de doorbraak. Veel van hun liedjes waren geënt op Amerikaanse voorbeelden en werden door het duo van een Nederlandse tekst voorzien en vervolgens met een Amerikaans accent gezongen.

Hoofdpersoon Lou de Ladenlichter blijkt een broer te zijn van Flip de Fluiter, de gelijknamige held uit een populaire compositie van Jack Bulterman, trompettist, arrangeur en componist van radio- en dansorkest de Ramblers.
Matrozenlied (Das ist die Liebe der Matrosen)

Mooi Volendam

Morgen vaar ik weg (Morgen muß ich fort von hier)

Mijn broer maakt voor het hoorspel de geluiden (Mein Bruder macht im Tonfilm die Geräusche)
Oh zon, oh zon, oh zonnetje (plus Who’s been polishing the sun)
Oh zon, oh zon, oh zonnetje
Opgenomen in 1943 door het Orkest Dick Willebrandts. Het orkest stond bekend als een van de beste uit de bezettingsjaren. Arrangeur Pi Scheffer vond zijn inspiratie bij de uitzendingen van de BBC. Met zijn oor aan de luidspreker schreef hij 's nachts mee met de stukken die hij hoorde en de volgende dag lag de uitgeschreven muziek op de lessenaars. Uit concertopnamen uit de oorlogsjaren blijkt dat het swingverbod door het orkest manhaftig werd overtreden.

Who's been polishing the sun
Noel Gay Willis (1898-1954) was een van de meest succesvolle Britse componisten van populaire muziek in de jaren 30 en 40. Opgeleid als klassiek musicus werkte hij als organist in een kerk in Soho. Hij bleek aanleg te hebben voor het schrijven van goed in het gehoor liggende melodieën voor operette en music-hall. Het eind jaren 30 zeer bekende liedje The Lambeth Walk werd door hem geschreven. Naast Andrew Lloyd Webber is hij de enige componist die in het Londense West End vier shows tegelijkertijd had lopen.
The flatter the plate/hoe platter het bord
Het Amsterdamse duo Johnny and Jones werd gevormd door Nol van Wesel (gitaar en zang) en Max Kannewasser (zang). Gebaseerd op de Amerikaanse Mills Brothers, 'four boys and a guitar', afficheerden zij zich als 'two kids and a guitar'. Hun eerste samenwerking begon in 1934. Beiden waren werkzaam bij de Bijenkorf en luisterden de personeelsfeestjes op. Vanaf 1936 vormden ze een duo en in dat jaar volgde de doorbraak. Veel van hun liedjes waren geënt op Amerikaanse voorbeelden en werden door het duo van een Nederlandse tekst voorzien en vervolgens met een Amerikaans accent gezongen.

Veel mooier…!

Zo heerlijk rustig





Amerikaans repertoire

Brother, can you spare a dime?
Na de beurskrach van 1929 gingen in de Verenigde Staten een groot aantal bedrijven failliet en ontstond er massawerkloosheid: de Great Depression. Eenderde van de bevolking verkeerde in armoede. De populaire muziek van die tijd was evenwel vrolijk van aard. Optimistische liedjes voerden de hitlijsten aan zoals Happy days are here again en Life is a bowl of cherries. In 1931 besloten twee liedjesschrijvers samen te werken aan een Broadway revue getiteld 'New Americana'. Edgar 'Yip' Harburg (later auteur van Over the rainbow uit The wizard of Oz) wilde een lied maken over de bread lines die samen met de soupkitchens en one-cent restaurants het straatbeeld van New York City in de vroege jaren 30 voor een deel bepaalden. Componist Jay Gorney had hiervoor in gedachten een melodie van een slaapliedje dat hij als kind hoorde in Rusland. Tijdens een wandeling in Central Park werden Gorney en Harburg aangesproken door een man die hen met opgetrokken kraag en hoed over het gezicht getrokken vroeg: "Buddy, can you spare a dime?". Het lied verwoordde de woede die bestond over het berooid raken van mensen die het land hadden opgebouwd en die hadden gevochten in de Eerste Wereldoorlog. Het was de protestsong van de vroege jaren 30. Voor onrust bevreesde politici hebben getracht het nummer te verbieden, maar het werd een regelrechte hit. Uitvoeringen uit die tijd zijn van o.a. Al Jolson, Rudy Vallee en Bing Crosby, en later van uiteenlopende artiesten als Tom Waits en George Michael.
Brother Noah

Daniel prayed

Does your heart beat for me?

Dry bones
Into each life some rain must fall
THE INK SPOTS

Het kwartet-zingen heeft een lange traditie in de Afro-Amerikaanse gemeenschap van de Verenigde Staten. Het beroemdst zijn the Mills Brothers (1922-1989) geworden. Na school zongen de broers op straat voor de kapperszaak van hun vader in Piqua, Ohio. Tijdens een muziekwedstrijd was een van hen zijn kazoo vergeten en gebruikte zijn handen om het trompetgeluid na te bootsen. Dit bleek zo'n succes dat de groep het effect is blijven gebruiken. De vierstemmige zang werd begeleid op ukelele en later op tenorgitaar (een viersnarig instrument, met een karakteristiek helder geluid). De groep werd in 1928 opgemerkt door Duke Ellington en getipt bij Okeh Records die de jongens naar New York City haalde. In 1930 kregen the Mills Brothers een contract bij CBS en werden ze de eerste Afro-Amerikaanse groep met een eigen show op de radio. Vele nummers werden opgnomen voor de labels Brunswick en Decca met als waarborg: "No musical instruments or mechanical devices used in this recording other than one guitar". In 1936 overleed de bas John jr. aan de gevolgen van een longontsteking. Hij werd opgevolgd door vader John sr. Gedurende de oorlogsjaren waren the Mills Brothers veelvuldig in het buitenland op tournee en ontstonden er in de VS succesvolle navolgers zoals the Ink Spots (handelskenmerken: het gitaarintro, dat voor vrijwel ieder nummer hetzelfde was, en de met lage stem voorgedragen spreektekst), the Delta Rhythm Boys en the Golden Gate Quartet. The Mills Brothers bleven populair en traden op tot in 1989 toen er nog maar één broer over was. Tot hun bekendste liedjes horen: Tiger rag, Dinah, Paper doll, You always hurt the one you love, It don't mean a thing, Jeepers creepers en Till then.
It don’t mean a thing (if it ain’t got that swing)

Java jive

Jeepers creepers

Money, money (uit ‘Cabaret’)
My little grass shack in Kealakekua, Hawaii
Geschreven in 1933 ter gelegenheid van de kanowedstrijden die op 4 juli (onafhankelijkheidsdag) langs de kust van Kona in Hawaii worden gehouden. Componist Tommy Harrison liet het nummer uitgeven bij Johnny Noble die een nieuwe melodie verzon maar de tekst van Billy Cogswell behield. Het liedje werd een hit en is nadien vele malen op de plaat gezet. Het liedje verhaalt over de kustplaats Hônaunau en de jongens en meisjes die de ik-figuur daar ooit kende. De humuhumunukunukuâpua'a (de trekkervis), zwemt voorbij waarvan de naam betekent: 'vis met de varkenssnuit'. Ieder landdier had volgens het geloof op de eilanden een equivalent in zee en voor het varken was dat de 'humuhumu'. "Komo mai no kâua i ka hale, wela ka hao" betekent: "Kom, laten we naar de hut gaan en plezier maken (letterlijk: het ijzer is heet)". Dat dit zinnetje met regelmaat op de Amerikaanse radio werd uitgezonden zal menig eilandbewoner hebben doen gniffelen.
New York, New York

Rockin' in rhythm
Duke Ellington (1899-1974, eigenlijke naam Edward Kennedy Ellington) was een Amerikaans jazzpianist, orkestleider en componist. Zijn carrière als professioneel musicus begon op 17-jarige leeftijd. Toen hij 24 was verhuisde hij van Washington D.C. naar New York en richtte met een aantal musici uit zijn geboorteplaats The Washingtonians op. Hij kwam terecht in de bekende Cotton Club in Harlem waar hij met zijn band als huisorkest van 1927 tot 1931 zou werken. In deze periode was Ellington in de gelegenheid vele verschillende muziekstijlen uit te proberen. Hij experimenteerde in zijn composities met tonaliteit, met dempers en met grommende saxofoons (jungle style). Zijn naam werd gevestigd; hij produceerde veel werk voor platenfirma's en filmstudio's en toerde met zijn band door de VS en Europa.

Rockin' in rhythm werd in 1931 geschreven ter begeleiding van de schaars geklede danseressen die in de Cotton Club optraden. Het nummer werd een klassieker in het œuvre van the Duke en zou vaak worden herschreven.
Sixty seconds got together
St. Louis blues
St. Louis blues werd in 1914 geschreven door W.C. Handy. De directe aanleiding was de klacht van een vrouw die Handy hoorde op straat in St. Louis: "Ma man's got a heart like a rock cast in the sea", de sleutelzin van het nummer. Het is een van de eerste blueshits en behoort tot het repertoire van iedere jazzmusicus. Het nummer heeft een tango-achtig ritme dat als inspiratie zou dienen voor de foxtrot. Er zijn honderden opnames gemaakt en Handy zou tot zijn dood in 1958 jaarlijks $25.000 verdienen aan de auteursrechten.
The love bug will bite you (if you don't watch out)
"Listen all you people, you'd better beware
Love's an epidemic and it's in the air
It's a thing that gets you even tho' you're very smart
So take some good advice and let me vaccinate your heart".

Pinky Tomlin (1907-1987) was in de jaren 30-40 zanger, liedjesschrijver en bandleider. Een aantal van zijn liedjes kwam terecht in de hitparade. In 1938 schreef hij 'In ole Oklahoma' dat het officiële lied van deze Amerikaanse staat zou worden. Zijn eigenlijke naam was Truman Tomlin, de bijnaam kreeg hij vanwege zijn rossige uiterlijk. Op 16-jarige leeftijd werd hij aangenomen als banjospeler op een rivierboot bij St. Louis in de band van Louis Armstrong. Hij studeerde muziek, rechten en geologie. Het door hem geschreven liedje The object of my affection dat Ella Fitzgerald zou zingen tijdens haar debuut in het Apollo theater in Harlem in 1934 werd een grote hit. The love bug schreef hij in 1937. Hollywood lonkte en Tomlin speelde in een aantal films. Maar zijn liefde lag bij de muziek en met zijn eigen orkest speelde hij in theaters, nachtclubs en op feesten en partijen door het gehele land. Het reizen eiste zijn tol: Tomlin raakte uitgekeken op de muziekindustrie, keerde terug naar de film en ging optreden in televisieshows. Later in zijn leven herontdekte hij de geologie en richtte de Pinky Tomlin Oil Properties op waar hij zou blijven werken tot in 1984. The flat foot floogie (with the floy-floy) is een liedje geschreven door Slim & Slam (Slim Gaillard en Slam Stewart) dat uitermate populair werd in de jaren 40. Een 'floogie' (verbastering van floozie) is een vrouw van lichte zeden, de 'floy' een geslachtsziekte.
Top hat, white tie and tails
Top Hat is een musical film uit 1935 waarin Fred Astaire een Amerikaanse danser speelt die naar Londen komt om in een show op te treden. Hij ontmoet Ginger Rogers op wie hij spoorslags verliefd raakt en die hij probeert voor zich te winnen. Astaire ontvangt per post een uitnodiging, het kledingvoorschrift is: 'witte strik'. Hij verheugt zich in het nummer Top hat, white tie and tails op wat die avond staat te gebeuren. Het is voor het eerst in een film dat Astaire de wandelstok als attribuut zou gebruiken, aan het slot van de tapdans fungeert deze als geweer en als pijl en boog. De loopbaan van Irving Berlin (1888-1989) die de liedjes voor de film schreef is het verhaal van 'rags to riches'. Geboren in Rusland als Israel Baline verhuisde hij met zijn familie op 4-jarige leeftijd naar de Nieuwe Wereld. Op jonge leeftijd verdiende hij de kost als krantenjongen en als zanger op straat en in café's. Zijn talent bleek onmiskenbaar en hij zou de grootste Amerikaanse songwriter van de 20e eeuw worden. In het begin zong hij zijn liedjes eenvoudigweg voor, later bediende hij zich van een speciaal ontworpen piano die automatisch kon transponeren en had hij een assistent voor het uitschrijven van de muziek. Over Astaire zei Berlin: "Hij was voor mij de inspiratiebron, zonder hem zou Top Hat nooit zijn geschreven".
When Yuba plays the rumba on the tuba
Who's been polishing the sun / Oh zon, oh zon, oh zonnetje
Who's been polishing the sun
Noel Gay Willis (1898-1954) was een van de meest succesvolle Britse componisten van populaire muziek in de jaren 30 en 40. Opgeleid als klassiek musicus werkte hij als organist in een kerk in Soho. Hij bleek aanleg te hebben voor het schrijven van goed in het gehoor liggende melodieën voor operette en music-hall. Het eind jaren 30 zeer bekende liedje The Lambeth Walk werd door hem geschreven. Naast Andrew Lloyd Webber is hij de enige componist die in het Londense West End vier shows tegelijkertijd had lopen.

Oh zon, oh zon, oh zonnetje
Opgenomen in 1943 door het Orkest Dick Willebrandts. Het orkest stond bekend als een van de beste uit de bezettingsjaren. Arrangeur Pi Scheffer vond zijn inspiratie bij de uitzendingen van de BBC. Met zijn oor aan de luidspreker schreef hij 's nachts mee met de stukken die hij hoorde en de volgende dag lag de uitgeschreven muziek op de lessenaars. Uit concertopnamen uit de oorlogsjaren blijkt dat het swingverbod door het orkest manhaftig werd overtreden.
YMCA/In the navy






Comedian Harmonists

Ali Baba

Als ik weer zin heb om te zingen (Wenn ich vergnügt bin muß ich singen)

Au revoir, bon voyage (Lebewohl, gute Reise)

Compilatie (Das ist die Liebe der Matrosen/In der Bar zum Krokodil/Ein Freund, ein guter Freund)

Der alte Cowboy

Der Onkel Bumba aus Kalumba tanzt nur Rumba

Eine kleine Frühlingsweise

Ein Freund, ein guter Freund

Gitarren, spielt auf

Guter Mond

Holzhackerlied

In einem kühlen Grunde

Kannst du pfeifen, Johanna

Lebewohl, gute Reise,

Mein kleiner grüner Kaktus

Mein lieber Schatz, bist du aus Spanien?
Al op 17-jarige leeftijd schreef de Oostenrijker Fritz Rotter (1900-1984) cabaret- en liedteksten. Zoals zovele landgenoten vertrok hij in de jaren 20 naar Berlijn. Hij componeerde filmmuziek en liedjes die o.a. door Richard Tauber werden gezongen. Van zijn hand zijn voor de jaren 20 karakteristieke nonsens teksten als: Was macht der Mayer am Himalaya? en Heut' war ich bei Frieda (das tu' ich Morgen wieder). Hij is de tekstdichter van bekende Comedian Harmonists nummers als Veronika, der Lenz ist da, Der Onkel Bumba aus Kalumba en Mein lieber Schatz, bist du aus Spanien?. Vanwege het verbod op uitvoeringen van werk van joodse artiesten zag Rotter zich genoodzaakt in 1933 Berlijn te verlaten. Hij keerde terug naar zijn geboorteland, emigreerde in 1936 naar Engeland en een jaar later naar de VS. Hij vond emplooi in de filmindustrie als schrijver van draaiboeken en werkte samen met Franz Werfel en Fritz Lang. Na de oorlog ging Rotter terug naar Europa. Gedurende zijn leven schreef hij ca. 1200 teksten in het licht-populaire genre.
Nuit et jour (night and day)

Oh, ich glaub', ich hab' mich verliebt
Erwin Bootz (1907-1982) schreef Oh, ich glaub', ich hab' mich verliebt op een tekst van Hans Fritz Beckmann. Opgeleid als klassiek pianist bracht Bootz in de beginperiode van de Comedian Harmonists lijn en structuur aan in de eerste, enigszins wijdlopige arrangementen van Harry Frommermann, de oprichter van de groep. In het voorjaar van 1935 vluchtten de joodse leden van de Comedian Harmonists naar Wenen. De overige drie waaronder Bootz gingen verder met drie vervangers onder de naam das Meistersextett. Eind juni 1938 kort na de plaatopname van Oh, ich glaub' verlaat Bootz de groep vanwege voortdurende onenigheid met de bas Robert Biberti en omdat de muzikale mogelijkheden van het ensemble door hem als te beperkend werden ervaren. In zijn latere leven, waarvan 12 jaar in Canada, was Bootz werkzaam als pianist, zanger, acteur, schrijver, vertaler, regisseur, dirigent, arrangeur en componist.

Hans Fritz Beckmann (1909-1975) groeide op in Berlijn en in Argentinië waar zijn stiefvader hem dwong in zaken te gaan. Hij vluchtte als scheepsjongen in 1928 terug naar Berlijn, kwam in het variété terecht als tangodanser, werd ontdekt voor het Kabaret der Namenlosen, schreef liedteksten en stond aan de wieg van de geluidsfilm waarvoor hij draaiboeken maakte. Na de Tweede Wereldoorlog legde hij zich toe op het schrijven van teksten voor nagesynchroniseerde Amerikaanse films.

Het Meistersextett trad voornamelijk op buiten Duitsland. Opmerkelijkerwijs maakte de Nederlandse bariton Bernard Diamant, onder de schuilnaam Bernard Taverne deel uit van de laatste samenstelling van de groep. Het ensemble hield 24 november 1941 op te bestaan omdat de Reichsmusikkammer oordeelde dat: "Het sextet niet bijdraagt aan het ondersteunen van de weerbaarheid van het Duitse volk".
Ouverture der Barbier von Sevilla

Schöne Isabella von Kastilien

Stormy weather

Veronika, der Lenz ist da

Véronique, le printemps est là (Veronika, der Lenz ist da)

Wenn die Sonja russisch tanzt
Een zoemkoor zoals in de Russisch-orthodoxe kerk, een balalaika-orkest, "Wolga, Wodka, Kaukasus". Geen enkel cliché wordt onbeproefd gelaten in dit Comedian Harmonists nummer uit 1934 waarvan de tekst werd geschreven door Gerd Karlick, de zoon van de huishoudster van pianist Erwin Bootz en tevens verantwoordelijk voor Schöne Isabella von Kastilien. Het arrangement is van de hand van Bootz die in totaal eenderde van de arrangementen van de Comedian Harmonists voor zijn rekening zou nemen.

Vertaling van het Russisch: "Schurken, wat een lawaai, duivels, wat een geschreeuw!
Ik ben verzot op, ik wil sterven voor je prachtige lippen!"
Wir sind von Kopf bis Fuß auf Liebe eingestellt

Wochenend und Sonnenschein






Duits klassiek

Ballade vom ertrunkenen Mädchen (Brecht/Weill)

Des Baches Wiegenlied (Schubert)

Grab und Mond (Schubert)

Traumlicht (Strauss)






Frans repertoire

Boum!
Charles Trenet (1913-2001) was als zanger, componist en acteur, actief van de jaren 30 tot in de jaren 90 van de vorige eeuw. In 1928 verhuisde hij met zijn moeder van zijn geboorteplaats Narbonne in Zuid Frankrijk naar Berlijn waar zijn interesse voor theater en poëzie werd gewekt. In de dertiger jaren studeerde hij architectuur en vormgeving in Parijs en ontmoette pianist Johnny Hess met wie hij het duo 'Charles and Johnny' vormde. Tijdens zijn diensttijd schreef Trenet o.a. voor Maurice Chevalier. Vervolgens ging hij zich presenteren als solo-artiest. Vanwege zijn komische uitstraling en het malle vilthoedje dat hij droeg kreeg Trenet de bijnaam 'Le fou chantant', de zingende dwaas. In een revue werd hij geboekt om als openingsact drie nummers te komen zingen. Het werden er vanwege het overweldigende succes uiteindelijk twaalf en de geplande hoofdact hoefde niet meer in actie te komen. Een ster was geboren. In Boum uit 1938 wordt al wat geluid maakt bezongen en vergeleken met de hartslag van iemand die verliefd is.
J'attendrai
In 1933 schreef Dino Olivieri 'Tornerai' ('Jij zal terugkeren') op een tekst van Nino Rastelli. In 1939 werd het nummer in een Franse vertaling, gezongen door Rina Ketty geliefd bij zowel Franse als Duitse soldaten en gezien als een symbolisch lied voor de aanvang van de Tweede Wereldoorlog. Er bestaat uit die tijd eveneens een Duitse versie: 'Komm zurück'. Het begin van de melodie is afkomstig uit de tweede akte van Puccini's Madame Butterfly wanneer de geisha Cio-Cio-San (Madame Butterfly) wacht op de terugkomst van de Amerikaanse luitenant Pinkerton. J'attendrai werd gebruikt in de film Das Boot (1981) waar de melodie door de Duitse bemanning wordt meegeneuried als de duikboot met dieptebommen wordt bestookt.

Louis Poterat (1901-1982) studeerde rechten maar ontdekte allengs zijn talent voor het schrijven en vertalen van teksten. Van zijn hand is J'attendrai alsook het liedje J'aime une Tyrolienne dat in de versie van de Comedian Harmonists als Mein kleiner grüner Kaktus bekend zou worden.





Braziliaans repertoire

Aquarela do Brasil ('Brazil')
Na Baixa do Sapateiro ('Bahía')
Ary Barroso (1903-1964) was dé Braziliaanse liedjesschrijver van de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw en de uitvinder van de samba-exaltação. Vanaf zijn twaalfde werkte hij als pianist bij filmvoorstellingen, theaters en orkesten. Hij studeerde rechten maar bleef gedurende zijn studietijd componeren, optreden en opnames maken. Zijn bekendste liedjes zijn Aquarela do Brasil uit 1939 en en Na Baixa do Sapateiro uit het jaar daarvoor.

Met Aquarela do Brasil (Aquarel van Brazilië) gaf Barroso een draai aan de tot dan toe gebruikelijke samba malado. In deze samba werd het dagelijks leed bezongen tegen de achtergrond van de hoerenbuurt. In Aquarela do Brasil werd voor het eerst - de tijdgeest zal hierin zeker een rol hebben gespeeld - de grootsheid en de rijkdom van het vaderland bezongen. Het nummer kreeg pas echt grote bekendheid toen het werd gebruikt in de Walt Disney animatiefilm Saludos Amigos uit 1942. Vandaag de dag is het nummer behalve geliefd als overwinningslied bij voetbalsupporters een van de meest gespeelde liedjes in hotels en restaurants.

Na Baixa do Sapateiro (In het schoenmakerssteegje) is een lied over de onbeantwoorde liefde voor een betoverende, donkere vrouw uit de Braziliaanse provincie Bahía. Het werd door vele zangers en vocale ensembles uitgevoerd en komt eveneens voor in een tekenfilm: The Three Caballeros, met Donald Duck, uit 1944.





Italiaans repertoire

O sole mio